Directeur-grootaandeelhouders (DGA's)

Taxso voor directeur-grootaandeelhouders (DGA's)

Inhoudsopgave

1. Inleiding
2. Rekening-courant/ schulden/ uitdeling
3. Vastgoed
4. Bedrijfsoverdracht


1. Inleiding

DGA’s kunnen niet altijd zonder fiscale gevolgen gelden en (on)roerende zaken onttrekken van of verstrekken aan hun vennootschap. Daarnaast kan een DGA zijn aanmerkelijkbelangaandelen in een aantal situaties fiscaal voordelig overdragen. Met betrekking tot deze aspecten kunnen wij fiscaal advies geven of rechtsbijstand verlenen in een belastingprocedure.

Hieronder volgen een aantal voorbeelden, die betrekking hebben op DGA’s.


2. Rekening-courant/ schulden/ uitdeling 

Ten aanzien van DGA’s die structureel veel geld opnemen van hun rekening-courant, zonder dat zij een rekening-courant overeenkomst hebben afgesloten met hun vennootschap, waarin zij zekerheden bieden, rente betalen en uiteindelijk aflossen, kan de oplopende rekening-courantschuld aan de vennootschap tot vragen leiden bij de Belastingdienst. In bepaalde gevallen kan zelfs het niet bedingen van een rente op de schuld aan de DGA tot belastbaar loon leiden, welke niet aftrekbaar is van de winst (vgl. HR 9 april 2010, ECLI:NL:PHR: 2010:BL4329). Indien er geen mogelijkheid bestaat om de rekening-courantschuld dan wel lening uiteindelijk af te lossen middels privé-inkomen en/ of vermogen, kan de Belastingdienst stellen dat de gelden het vermogen van de vennootschap definitief hebben verlaten, waarvan de vennootschap en de aandeelhouder zich bewust waren of redelijkerwijs bewust hadden moeten zijn. Dit wordt niet anders indien het bedrag van de rekening-courantschuld/ lening kan worden verrekend met een toekomstige dividenduitkering (vgl. HR 29 oktober 2004, nr. 40296, ECLI:NL:HR:2004:AR4761). Hierdoor kan de toename van de rekening-courant als winstuitdeling worden aangemerkt. De DGA is over dit regulier voordeel uit aanmerkelijk belang belasting verschuldigd in box 2.

De overheid ziet de hoge schuld van DGA’s (aanmerkelijkbelangaandeelhouders) aan hun vennootschap echter als belastinguitstel/ afstel. Om dit tegen te gaan zal met ingang van 1 januari 2023, nadat het wetsvoorstel is aangenomen door de Eerste en Tweede Kamer, de “Wet excessief lenen bij eigen vennootschap” ingaan. Dit wetsvoorstel houdt in dat de schuld van de aanmerkelijkbelanghouder (degene die tenminste 5% van de aandelen houdt in de besloten vennootschap (BV) en zijn partner gezamenlijk aan de BV per 31 december 2023 niet hoger mag zijn dan € 500.000,-. De eigenwoningschuld in de zin van artikel 3.119a Wet Inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB) die is aangegaan voor 1 januari 2023 is hiervan uitgezonderd. Vanaf 1 januari 2023 geldt als extra voorwaarde ten aanzien van de eigenwoningschuld, dat ter zake van die schuld tevens een recht van hypotheek op die eigen woning dient te zijn verstrekt aan de vennootschap. Het meerdere dat boven de € 500.000,- wordt geleend van de BV wordt in 2023 aangemerkt als fictief regulier voordeel in box 2, waarover inkomstenbelasting verschuldigd is. Voorts geldt de regeling ook voor leningen verstrekt door de BV aan verbonden personen van de aanmerkelijkbelanghouder en zijn partner en wordt het meerdere boven de € 500.000,- aan de aanmerkelijkbelanghouder toegerekend.

Een voorbeeld

De rekening-courant schuld van de DGA aan de BV bedraagt per 31 december 2023 € 1.000.000,-. Voorts heeft de BV nog een lening van € 1.000.000,- verstrekt aan de DGA voor de financiering van zijn eigen woning, welke reeds in 2021 is aangegaan. De lening kan worden aangemerkt als een eigenwoningschuld in de zin van artikel 3.119a Wet IB. Het fictief regulier voordeel bedraagt dan ultimo 2023 € 500.000,- (€ 1.000.000,- -/- € 500.000,-). De drempel voor het fictief regulier voordeel wordt in dit voorbeeld dan ultimo 2024 verhoogd met € 500.000,- tot € 1.000.000,-. Wordt er op de (maximale) schuld afgelost dan ontstaat er een negatief fictief regulier voordeel.

Is de DGA in het voorgaande voorbeeld de lening voor zijn eigenwoning aangegaan met zijn BV, waarbij er niet afgelost hoeft te worden op de lening, dan zal is er in beginsel geen sprake zijn van een eigenwoningschuld in de zin van de eigenwoningregeling in box 1 (artikel 3.119a Wet IB), zodat deze schuld niet uitgezonderd wordt. Dan bedraagt het fictief regulier voordeel ultimo 2023: € 1.500.000,- (€ 1.000.000,- + € 1.000.000,- -/- € 500.000).

Heeft voornoemde BV ook nog een lening van € 700.000,- verstrekt aan de dochter van de DGA, zijnde een verbonden persoon van de DGA, dan wordt het fictief regulier voordeel verhoogd met € 200.000,- (€ 700.000,- -/- € 500.000,-).


3. Vastgoed

Er zijn DGA’s die ervoor kiezen om vastgoed te verhuren aan hun eigen vennootschap. Doordat de DGA vermogen ter beschikking stelt aan zijn vennootschap is de terbeschikkingstellingsregeling (hierna: tbs-regeling) van toepassing. De inkomsten minus de kosten uit verhuur aan de vennootschap worden dan als resultaat uit overige werkzaamheden in box 1 in aanmerking genomen. Zodra het vastgoed niet meer wordt verhuurd aan de vennootschap, is er geen sprake meer van terbeschikkingstelling van vermogen aan de vennootschap, waardoor het vastgoed niet meer in box 1 maar in box 3 wordt belast. Dit heeft tot gevolg dat over de meerwaarde (boekwinst) van het vastgoed, zijnde de waarde in het economische verkeer van het vastgoed minus de boekwaarde (aanschafwaarde minus afschrijvingen) dient te worden afgerekend, en als resultaat uit overige werkzaamheid in box 1 wordt belast. Indien het vastgoed dus meer waard is geworden, leidt dit tot belastingheffing in box 1 en bij een lagere waarde leidt dit tot een negatief resultaat (verlies), dat verrekend kan worden met het overige belastbaar inkomen in box 1. Aangezien ook een negatief resultaat (verlies) genomen kan worden, leidt dit regelmatig tot discussies met de Belastingdienst met betrekking tot de waarde van het vastgoed. Wij kunnen hierin fiscaal advies geven en/ of rechtsbijstand verlenen in fiscale procedures.


4. Bedrijfsoverdracht

Indien een DGA zijn aandelen wil schenken aan de kinderen, dan kan hij of zij gebruik maken van de bedrijfsopvolgingsregeling (hierna: BOR). In 2021 geldt er een vrijstelling van 100% tot het ondernemingsvermogen van € 1.119.845,- en daarboven geldt een vrijstelling van 83%. Er zijn echter wel een aantal voorwaarden, waaraan voldaan dient te worden om van deze regeling gebruik te kunnen maken. Zo gelden er eisen ten aanzien van de (materiële) onderneming, de schenker/ erflater en bestaat er een voortzettingseis. Het is een zeer mooie regeling. Er gaan echter in de politiek geluiden op dat de BOR wellicht in de toekomst zal worden afgeschaft. Het is dus nog de vraag hoelang deze regeling blijft bestaan. Ook op dit vlak kunnen wij dus fiscaal advies geven.

  • Een (rekening-courant)schuld aan de eigen BV/ uitdeling
  • De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap
  • Beleggen in de vennootschap
  • Verhuur vastgoed aan de BV
  • Ter beschikkingsstellingsregeling
  • Gebruikelijk loon
  • (Fictieve) vervreemding aandelen bij echtscheiding of overlijden
  • Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)